Face2Face met: Valerie van Cordaid

Je hebt het vast wel gezien, tussen 6 en 29 maart heeft Giro555 de actie “Help slachtoffers hongersnood” gevoerd. Deze actie werd gestart omdat meer dan 20 miljoen mensen in Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen honger leden. Martine en ik kregen de kans om Valerie Kierkels te spreken die in maart dit jaar in Zuid-Soedan was voor Cordaid. Een verhaal dat we graag met jullie willen delen.

Foto’s door Ilvy Njiokiktjien

Valerie Kierkels, interim-persvoorlichter bij Cordaid, maakte samen met fotograaf Ilvy Njiokiktjien (won de Zilveren Camera in 2013) een aangrijpende reis naar Zuid-Soedan. Samen bezochten zij diverse vluchtelingenkampen en brachten het werk in beeld wat Cordaid doet om duizenden mensen in nood te helpen. Wij kregen de mogelijkheid om met Valerie te spreken. Het werd een bijzonder besprek, wat Martine en mij beide aan het denken zette.

Mocht de Giro555 actie niet zo fris meer in je geheugen zitten, dan hier een korte samenvating. In de maand maart werd volop actie gevoerd voor de Giro555 actie. Er wordt een Giro555 actie gestart wanneer er sprake is van een uitzonderlijk grote ramp, waarbij veel slachtoffers zijn, er veel schade is en de lokale bevolking de ramp zelf niet aan kan.

Dit was het geval in Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen. Hier leden – en lijden nog steeds – meer dan 20 miljoen mensen honger door een combinatie van conflict, ingestorte economieën, (extreme) droogte en armoede. Bijna 1,4 miljoen kinderen waren op dat moment ernstig ondervoed. In februari riepen de VN voor delen van Zuid-Soedan voor het eerst in zes jaar een officiële hongersnood uit. Dat betekent dat er dagelijks mensen sterven wegens voedselgebrek. Ook in de andere drie landen was de situatie kritiek.

De eerste keer overkwam het me eerlijk gezegd dat ik bovenstaande cijfers las als een feitje. Maar toen ik het nog eens las (‘meer dan 20 miljoen mensen leden honger’), besefte ik me: dat zijn meer mensen dan in heel Nederland! 20 miljoen mensen die honger lijden. Wat vreselijk… Hoe veel mensen dat zijn, dat is eigenlijk niet te bevatten. Ik zou het al erg vinden als een familielid, vriendin of zelfs mijn buurvrouw geen geld had om eten te kopen, laat staan dat praktisch iedereen om je heen honger lijdt…

Geen wonder dus dat de Giro555 actie opgezet is. Nederlanders hebben massaal gedoneerd, maar liefst 32,8 miljoen euro! Cordaid is één van de grootste Nederlandse hulporganisaties die meewerkt aan Giro555 en kreeg dan ook als tweede grootste partij ruim 5 miljoen euro om te besteden aan noodhulp. Daarmee helpen ze 84.000 slachtoffers van de hongersnood met voedsel, water en goede hygiëne.

We beginnen ons gesprek over hoe noodhulp verlenen eigenlijk in zijn werk gaat. Martine en ik hadden beide het beeld van een vliegtuigje dat zakken met voedsel dropt vanuit de lucht. Dat gebeurt soms wel eens in zeer geïsoleerde gebieden door bijvoorbeeld het wereldvoedselprogramma, maar meestal gaat het anders, legt Valerie ons uit. ‘Met lokale medewerkers van Cordaid, die uit de omgeving komen en de taal en cultuur kennen, wordt per gebied gekeken welke middelen er nodig zijn en wie de mensen zijn die het het hardst nodig hebben. Vaak zijn dit moeders met kinderen, ouderen en gehandicapten.’ Daarnaast is noodhulp niet alleen voedsel en water geven, legt ze uit. ‘Om te kunnen bepalen wie de medicijnen nodig hebben en toe te kunnen dienen, is er ook medisch personeel nodig. En in een land als Zuid-Soedan gaat door de onveiligheid en slechte infrastructuur ook veel geld naar vervoer om het voedsel juist daar te brengen waar het het hardst nodig is.’

We praten over de grote bedragen die het kost om noodhulp te geven en hoe noodhulp geven in zijn werk gaat. Soms denk ik iets en dan zegt Martine het. ‘Heb je af en toe niet het gevoel dat het een bodemloze put is?’, vraagt ze recht voor haar raap. Ik hoor de emotie in Valerie’s stem als ze antwoordt. ‘Nee. Weet je, ik ben natuurlijk eigenlijk bevoorrecht dat ik daar kom voor mijn werk. Ik zie hoe er levens gered worden. Ik spreek de slachtoffers en ze vertellen me hoe dankbaar ze zijn voor de noodhulp, omdat ze het anders niet zouden overleven. Hierdoor denk ik: Al help ik maar één iemand, dan is het voor mij al geen bodemloze put meer. Stel je eens voor dat jij daar zit. Hoe het is als jij het zou zijn. Hoe fijn zou het dan zijn dat er iets van enige hulp komt? Dat jij en je kinderen in leven blijven, doordat er water en eten is. Want zo is het gewoon. Als deze mensen geen noodhulp zouden krijgen, zouden ze dood gaan.’ Ze heeft gelijk, denk ik. Ook al is de oorzaak van de situatie in deze landen nog lang niet opgelost, ik kan toch niet wegkijken terwijl al die mensen sterven van de honger? Als ik daar zou zitten, zou ik ook willen dat iemand mij zou helpen, ook al is de oplossing van de oorzaak van de problemen niet in zicht? Plotseling voel ik me heel erg schuldig en super dom dat ik niets gestort heb op Giro555. Ik neem me dan ook voor dit na afloop van het gesprek gelijk te doneren aan Cordaid.

Noodhulp is dus gericht op acute, directe hulp. Maar het lost dus niets op aan de oorzaken van de ramp? ‘Dat klopt, de actieopbrengst van Giro555 wordt ingezet voor noodhulp, gericht op het redden van levens.’ Maar hulporganisaties achter Giro555 werken met andere fondsen in de getroffen landen ook aan structurele oplossingen en spreken daarnaast overheden en strijdende partijen aan op hun verantwoordelijkheid om de situatie in het land te verbeteren. ‘Zo geeft Cordaid ook visnetten, zaden en gereedschap, in de hoop dat mensen weer zelf kunnen voorzien in levensonderhoud. Want dat willen mensen niets liever. Niemand wil zijn hand op houden. Iedere ouder wil zijn kind zelf van eten voorzien. Geen enkel persoon wil afhankelijk zijn van noodhulporganisaties die water, voedsel en medicijnen aanbieden, om in leven te blijven. Maar ze hebben geen keus. Sommige mensen zijn gevlucht met enkel de kleding die ze aan hadden en hebben dus helemaal niets meer. Terug kunnen ze niet, omdat hun dorp verwoest is, bijvoorbeeld.’ Martine slikt. ‘Zo had ik het nog niet bekeken’, zegt ze. ‘Ze willen zelf natuurlijk ook niets liever dan naar huis en weer zelfstandig worden. Niemand vraagt natuurlijk om deze situatie en inderdaad, ze zouden liever hun hand niet op hoeven houden… Daar heb ik eigenlijk nooit zo bij stil gestaan.’

We vragen Valerie of ze misschien een verhaal heeft van een persoon die ze daar gesproken heeft. En voor we het weten vertelt ze ons over Gasma, een meisje van tien jaar, die zonder haar gezin in het opvangkamp zit. Haar broers en zussen waren al eerder gevlucht, maar zij bleef bij haar moeder. Op een dag, toen haar moeder eten aan het halen was, is haar moeder door een ongeluk om het leven gekomen. Sindsdien zorgt haar tante voor haar en samen zijn ze naar het opvangkamp gegaan. Tien jaar en dan nu al zo veel meegemaakt… Ik kijk naar Gijs, die zoet op zijn knuisjes ligt te sabbelen in de box terwijl we met Valerie spreken. Hoe anders is alleen al de start van mijn kinderen? Waar je geboren wordt, maakt zó veel uit.

Daarna vertelde ze over Bakhita, een weduwe met 7 kinderen. Voor de burgeroorlog leefden ze een goed leven. Zij en haar man waren boer en ze hadden voldoende te eten voor het hele gezin. Maar toen haar man begin 2016 door gewapende mannen midden op zijn eigen land vermoord werd, veranderde alles. Ze vluchtte met haar kinderen naar de grote plaats Wau en kwam daar terecht in een opvangkamp. Ze hebben het daar erg zwaar, vertelde ze aan Valerie. “Ik ben met de kinderen gevlucht naar Wau. Als weduwe met zeven kinderen heb ik het zwaar. Mijn twee oudste dochters zijn getrouwd, maar de vijf jongens zijn nog bij me. De drie jongsten wonen bij mij in het opvangkamp, maar voor mijn zoons van zestien en achttien vind ik het veiliger buiten het kamp. Dit is geen goede omgeving voor jongens van die leeftijd. Daarom wonen zij in Wau bij een oom. Ik zou willen dat we weer allemaal samen waren, in ons eigen dorp. Maar daar is het nog te gevaarlijk.” Ze vertelt ook dat ze in het kamp informatie krijgt over gezinsplanning. Dit wil ze doorgeven aan haar kinderen, zodat ze weten hoe zij ongewenste zwangerschappen kunnen voorkomen. Iets wat nog veel gebeurt in Zuid-Soedan.

Aan het eind van het gesprek vragen wij ons af: ‘Hoe kom je thuis na zo’n reis?’ Valerie: ‘Ik had energie van mijn reis gekregen. Mijn missie was geslaagd: we hebben veel publiciteit gekregen en mensen laten zien wat we als hulporganisatie hebben kunnen doen voor de mensen in Zuid-Soedan. Dat is belangrijk, zodat donateurs zien wat er met hun geld gebeurt. En op persoonlijk vlak raak ik altijd extra gemotiveerd om aan mijn kinderen door te geven dat niet elk kind een iPad heeft, dat het niet vanzelfsprekend is dat je 3x per dag te eten hebt en hoe fijn het is dat we in een veilig land leven.’

Na het gesprek met Valerie zijn wij geïnspireerd. Het was mooi om haar te horen praten over het werk wat zij en haar collega’s doen. Het is heftig werk, maar ook heel dankbaar werk. Ook zijn we een beetje in de war. Wat maakt nou voor ons dat dit pas de druppel was die ons deed besluiten om meer bezig te zijn met het steunen van goede doelen? Waarom doet zo’n persoonlijk gesprek met iemand die er wat over vertelt meer dan de aangrijpende spotjes op tv? Dat willen we binnenkort eens gaan onderzoeken, want we weten dat we lang niet de enige zijn. Maar daar over een volgende keer meer.

Als laatste nog even over de prachtige foto’s uit dit artikel. Deze zijn gemaakt door Ilvy Njiokiktjien tijdens haar reis naar Zuid Soedan samen met Valerie. Als je je nu abonneert op de nieuwsbrief van Cordaid, dan maak je kans op een prachtige gesigneerde foto van Ilvy. En wil je ook doneren om de mensen in Zuid Soedan te helpen? Klik dan hier.





5 reacties

Inge -

Leuk interview! Als tipje zou ik graag willen meegeven dat het leuk is om een gezicht te zien bij iemand die geïnterviewd wordt. Dus een foto van Valerie. Ookal gaat het verhaal niet over haar, het maakt het wel persoonlijker doordat zij het verteld.

Denise -

Sinds 2 jaar geef ik iedere maand iets aan twee goede doelen, ook al ben ik een “arm studentje”. Voor mij zijn het iedere maand misschien paar keer starbucks of broodje op school minder, maar voor andere mensen is dat zoooo veel. Soms denk ik dat ik het zwaar heb, maar dat is niet zo. Hier hebben we het allemaal zo goed, onze standaarden zijn ook erg hoog. Op een jaar tijd is het misschien wel veel geld wat ik doneer, maar ik ben daardoor niet ineens arm waardoor ik geen eten meer kan betalen, geen kleding meer kan kopen etc.
Als we allemaal een klein steentje bijdragen, dat zou zo veel schelen.
Wat ik al zei, het hoeft niet veel te zijn, ik word echt niet ongelukkig door een keer starbucks minder te pakken of dat shirt te laten hangen wat ik eigenlijk niet eens persé nodig heb.

Kirsten -

Wat een prachtig artikel! Ik vond ‘m erg mooi geschreven en het heeft zeker mijn ogen geopend. Sinds dat ik een baan heb, doneer ik iedere maand aan drie goede doelen. Ik hoop altijd maar dat mijn geld goed terecht komt en dat er niet al te veel aan de strijkstok blijft hangen. In ieder geval super dat jullie hier aandacht voor vragen en dat jullie op zo’n eerlijke manier hierover vertellen.

Anke -

Ik reageer anders nooit maar ik herken jullie verhaal heel erg. Op het moment zit ik voor mijn studie in Zuid-Afrika. Hier studeer ik de minor humanitarian management en ben ik veel bezig in de townships. Hiervoor doneerde ik nooit wat aan het goede doel (want arme student he 😉 ). Maar nu ik hier zit zie ik wel dat sommige mensen het hier echt slecht hebben (al is dit wel weer een andere situatie waar ontwikkelingshulp van toepassing is en geen noodhulp).

Maar net als jullie ben ik in de war en merk ik dat het groepje van ons project ook in de war is. Je ziet hier heel erg hoe mensen over geld doneren denken. 1 van de meiden wil het liefst al haar geld doneren om iedereen te helpen zonder dat ze daar wat terug voor wil, de ander wil ook zoveel mogelijk geld doneren maar wil wel weten dat het goed terecht komt. En ik zit heel erg in tweestrijd. Ik heb zeker geld gedoneerd en ben bezig (samen met de rest) om geld in te zamelen, maar vind het lastig om net zoveel als de rest te doneren. Niet omdat ik het absoluut niet kan missen maar omdat ik niet zeker weet of het wel goed bij de juiste personen komt, of het wel zin heeft en of het goed besteed word. Wij hebben een andere (westerse) mentaliteit en zien bijvoorbeeld een huis met een dak van golfplaten als slecht. Maar hier heeft meer dan de helft van de township dat, zijn ze niet anders gewend en vinden ze het wel prima. Een ander voorbeeld is de school waar ik werk. Zij hebben van een organisatie een laptop gekregen en de lerares vroeg of wij een email account voor ze kunnen maken. Maar ze hebben helemaal geen internet op die school dus is de laptop eigenlijk nutteloos. Ook hebben ze het tot nu toe ook prima gered zonder email. Alleen vonden wij, westerlingen, dat een laptop nodig was terwijl dat geld veel beter aan vervoer voor de kinderen had kunnen worden uitgegeven. Daarom zit ik heel erg in tweestrijd met mezelf om veel geld te doneren.

Ik ben heel erg benieuwd wat jullie kijk hierop is en of er andere mensen zijn die dit herkenen. Want ik voel me op dit moment heel erg egoïstisch maar kan me aan de andere kant ook niet schuldig voelen dat ik in Nederland ben geboren en het goed heb.

Noodhulp is dan wel weer een heel ander verhaal en mijn kijk hierop is zeker veranderd na deze reis! Hier zal ik dus ook zeker geld aan gaan doneren.
Groetjes

Zaneta -

Ik vind jouw verhaal zeer interessant. Bedankt voor je reactie.
En meiden van 2wmn, wat een prachtig artikel!

Reageer ook